Double-cliquez sur n'importe quel terme pour obtenir une traduction...
Autres cours et exercices de néerlandais sur le même thèmeLes adjectifs.
Les adjectifs employés comme attributs restent invariables.
De weg is lang. | De wegen zijn lang. |
De dag is kort. | De dagen zijn kort. |
Die man wordt oud. | Die mannen worden oud. |
Het kind is ziek. | De kinderen zijn ziek. |
Het boek is spannend. | De Boeken zijn spannend. |
Het huis is nieuw. | De huizen zijn nieuw. |
Een vrouw schijnt lief. | Vrouwen schijnen lief. |
Een maand is voorbij. | Maanden zijn voorbij. |
Een jongen wordt groot. | Jongens worden groot. |
L'adjectif épithète prend E devant un nom :
De lange weg | De lange wegen |
De korte dag | De korte dagen |
De oude man | De oude mannen |
Het zieke kind | De zieke kinderen |
Het spannende boek | De spannende boeken |
Het nieuwe huis | De nieuwe huizen |
Een lieve vrouw | Lieve vrouwen |
Een voorbije maand | Voorbije maanden |
Een grote jongen | Grote jongens |
ATTENTION : Si le nom est un « het-woord » précédé de « een », « geen », ou d'aucun article, et que ce nom est au singulier, l'adjectif épithète reste invariable.
Een spannend boek |
Een nieuw huis |
Geen mooi huis |
Pour en savoir plus, consultez le test 22312.
Exercice : Accordez l'adjectif si c'est nécessaire
Débutants