Connectez-vous !
Cliquez ici pour vous connecter
Nouveau compte
4 millions de comptes créés

100% gratuit !
[Avantages]


- Accueil
- Accès rapides
- Imprimer
- Livre d'or
- Recommander
- Signaler un problème


Recommandés :
- Traducteurs
- Jeux gratuits
- Nos autres sites



Publicités :
   


Apprendre le néerlandais > Cours & exercices de néerlandais > test de néerlandais n°93902 : Internet

> Plus de cours & d'exercices de néerlandais sur le même thème : Internet [Autres thèmes]
> Tests similaires : - Ordinateur (l') - Ordinateur - Ordinateur
> Double-cliquez sur n'importe quel terme pour obtenir une traduction...


Internet


Mots en rapport avec Internet.
Woorden in verband met Internet.

1. Des verbes.

zich aanmeldense connecter
zich afmeldense déconnecter
surfensurfer
chattenchatter
downloadentélécharger
invoeren, intoetsensaisir
klikkencliquer
dubbelklikkendouble-cliquer
kopiëren-plakkencopier-coller
knippencouper
opslaan, bewaren, savensauvegarder
installereninstaller
aanslaanappuyer sur

2. Des noms

het netle web
het e-mailadresl'adresse électronique
het apenstaartjel'arobase
het koppeltekenle trait d'union
het laag streepje/het liggend streepjele tiret bas
de bijlage/het attachement
l'annexe
het wachtwoordle mot de passe
het forumle forum
het pseudoniemle pseudonyme
het internetcaféle cybercafé
het menule menu
het bestandle fichier
de linkle lien
het puntle point
de gebruikersnaamle nom d'utilisateur
de blogle blog
de maple dossier
de websitele site web

 

Informatie zoeken, mailtjes versturen; tegenwoordig gebruiken we heel vaak het Internet. Maar hoe werkt het Internet eigenlijk? Al die computers die we net zagen, die zijn samen het Internet?
Die computers zijn samen ons stukje van het Internet en d’r zijn in de wereld duizenden van die datacenters waar miljoenen computers staan en die zijn bij elkaar allemaal vormen die het Internet.

En hoe zijn al die computers dan met elkaar verbonden?
Met draden en kabels, en dikke kabels, dunne kabels, met telefoonsnoeren, met televisiekabels; zo zijn al die computer allemaal met elkaar met een hele grote brei van draden met elkaar verbonden.

Ja, naar alle landen van de wereld gaan ze hè?
Ja. Ja, een wereldwijd web is het op die manier, daar komt ook dat “www” vandaan, dat je moet intypen als je naar een Internetadres wilt gaan.


Hé, en nu ga ik effe een mailtje versturen naar een eh vriendin, bijvoorbeeld in Amerika, hoe komt dat mailtje dan bij haar terecht?
Nou, als jij thuis zit te computeren en je verstuurt je mailtje, dan komt ie bij ons op de Mailserver, dat is een computer, een soort postkantoor, die verzamelt al die E-mails en die kijkt naar het adres waar je het naartoe hebt gestuurd. Als daar staat @hotmail.com, dan kijkt ie naar het.., het gedeelte van het adres achter het apenstaartje, dat is “hotmail.com”, dus dan weet onze Server, onze Mailcomputer, weet dat het bericht moet verstuurd worden naar de Mailcomputer van Hotmail. En als het bericht daar is aangekomen, kijkt die Server naar het gedeelte van het adres voor het apenstaartje en die weet dan dus in welke mailbox het bericht moet worden afgeleverd.

En dan kan mijn vriendin dat mailtje ophalen? Precies.

Maar hoe weet jullie computer hier nou waar die Hotmailcomputer staat, waar op de wereld?
Nou, dat Internet…, op.., op Internet hebben alle computers een adres, dat is een EP-adres, een soort nummer, een soort telefoonnummer, en d’r bestaat een wegwijzersysteem, dat heet het DNS-systeem, en daarin vertellen al die servers, al die computers, vertellen aan elkaar waar je welke computer kan vinden.

En hoe lang duurt het dan voordat het mailtje aan de andere kant van de wereld is?
Ja, een mailtje gaat met de snelheid van het licht, dus zo snel als een bliksemflits, maar het kan een paar seconden duren, omdat een mailtje onderweg de weg kwijtraakt of omdat d’r zitten heel veel computers tussen, het gaat dan via de ene computer naar de andere, naar de andere, naar de andere, naar de andere, en dat kan even duren voordat het d’r is. Maar meestal is een mailtje in een paar seconden aan de andere kant van de wereld.

In ieder geval veel sneller dan een ouderwetse brief met een postzegel?
Heel veel sneller. Ja.

Maar van wie is het nou, wie is de baas?
Ja, niemand is de baas. Als jij thuis verbinding maakt met Internet, dat is jouw computer ook een stukje van het Internet. Het Internet bestaat uit al die computers en al die computers zijn van.., van andere mensen. Dus niemand is de baas. Gek idee dus hè, dat hier onder de grond duizenden kabels en draden lopen die d’rvoor zorgen, dat wij kunnen Internetten. Behalve om mailtjes te versturen, kun je het Internet ook gebruiken om bijvoorbeeld info te vinden voor je spreekbeurt





Avancé Tweeter Partager
Exercice de néerlandais "Internet" créé par mariebru avec le générateur de tests - créez votre propre test ! [Plus de cours et d'exercices de mariebru]
Voir les statistiques de réussite de ce test de néerlandais [Sauvegarder] [Charger] [?]


Mode d'emploi : cliquez à l'aide de la souris sur chaque lettre pour reconstituer le bon mot. Cliquez sur la boîte pour recommencer.

1. Wat kunnen we doen op het Internet? (                                                  ). (2 mots - Espace)

2. Waarmee zijn al de computers onderling met elkaar verbonden? Met (                    ).

3. Wat betekend www? (                                         ). (2 mots - Espace)

4. Hoe noemt men dit teken @? (                                      ).

5. Wie is de baas van Internet ? (                       ).

6. Hoe snel gaat een mailtje naar de andere kant van de wereld ? Zo vlug als een (                                      ).

7. Wat is een Mailserver ? Een (                          ).

8. Wat is dat : www.nlfacile.com? Een (                                         ).

9. Wat is een EP-adres? Een (                                                  ).

10. Om op Internet te surfen, moet je je eerst (                             ).









Fin de l'exercice de néerlandais "Internet"
Un cours ou un exercice gratuit de néerlandais pour apprendre gratuitement le néerlandais (tags: internet )
Tous les exercices | Plus de cours et d'exercices de néerlandais sur le même thème : Internet

Partager : Facebook / Google+ / Twitter / ... 


> INDISPENSABLES : TESTEZ VOTRE NIVEAU | GUIDE DE TRAVAIL | NOS MEILLEURES FICHES | Fiches les plus populaires | Aide/Contact

> COURS ET TESTS : Abréviations | Accords | Adjectifs | Adverbes | Alphabet | Animaux | Argent | Argot | Articles | Audio | Auxiliaires | Chanson | Communication | Comparatifs/Superlatifs | Composés | Conditionnel | Confusions | Conjonctions | Connecteurs | Contes | Contraires | Corps | Couleurs | Courrier | Cours | Dates | Dialogues | Dictées | Décrire | Démonstratifs | Ecole | Etre | Exclamations | Famille | Faux amis | Films | Formation | Futur | Fêtes | Genre | Goûts | Grammaire | Grands débutants | Guide | Géographie | Heure | Homonymes | Impersonnel | Infinitif | Internet | Inversion | Jeux | Journaux | Lettre manquante | Littérature | Magasin | Maison | Majuscules | Maladies | Mots | Mouvement | Musique | Mélanges | Métiers | Météo | Nature | Nombres | Noms | Nourriture | Négations | Opinion | Ordres | Participes | Particules | Passif | Passé | Pays | Pluriel | Politesse | Ponctuation | Possession | Poèmes | Pronominaux | Pronoms | Prononciation | Proverbes | Prépositions | Présent | Présenter | Quantité | Question | Relatives | Sports | Style direct | Subjonctif | Subordonnées | Synonymes | Temps | Tests de niveau | Tous les tests | Traductions | Travail | Téléphone | Vidéo | Vie quotidienne | Villes | Voitures | Voyages | Vêtements


> INFORMATIONS : Copyright - En savoir plus, Aide, Contactez-nous [Conditions d'utilisation] [Conseils de sécurité] Reproductions et traductions interdites sur tout support (voir conditions) | Contenu des sites déposé chaque semaine chez un huissier de justice | Mentions légales / Vie privée / Cookies .
| Cours et exercices de néerlandais 100% gratuits, hors abonnement internet auprès d'un fournisseur d'accès.