Retourner à l'exercice
Exercice "Néerlandais = français (22)", créé par mariebru (exercice gratuit pour apprendre le néerlandais) :
Résultats des 132 personnes qui ont passé ce test :
Moyenne : 60.5% (12.1 / 20) Partager
Dernier membre à avoir fait un sans faute : isasza / FRANCE, le samedi 25 septembre à 17:25:
"❤️"
36.4% ont eu moins de la moyenne.
63.6% ont eu au moins la moyenne.
Tous les membres qui ont obtenu un 20/20 à ce test
Statistiques questions sur 132 candidats
Question 1 réussie à 65.9 %
Een * is een vaste constructie die dient om afstromend water op te stuwen teneinde dit tijdelijk vast te houden.
Question 2 réussie à 64.4 %
Dit sportbad heeft geen * voor kleine kinderen.
Question 3 réussie à 52.3 %
In 1968 stonden veel studenten op de * voor de Universiteit.
Question 4 réussie à 78 %
Voor mijn auto moet ik een * van twaalf volt kopen.
Question 5 réussie à 49.2 %
In het zuiden van Europa is de * drukker .
Question 6 réussie à 45.5 %
Bij * zijn de afbeeldingen meestal platter dan in de werkelijkheid.
Question 7 réussie à 78 %
Als dessert zal ik een stuk * eten, het is een koud dessert dat bereid wordt met gelatine, vruchtenmoes en slagroom.
Question 8 réussie à 54.5 %
De hoge prijs van dat huis is voor mij een * om het te kopen.
Question 9 réussie à 40.9 %
In de Nederlanden werd het eerste * aangelegd in Antwerpen in 1540.
Question 10 réussie à 61.4 %
Vroeger had een * een gebied; het is nu maar een adellijke titel.
Retourner à l'exercice : Néerlandais = français (22)
Autres exercices pour apprendre le néerlandais




